Hawaii – Japan dag 5: Hamburger avond
Vanavond gaan we voor de 5e keer wachtlopen en iets lekkers eten. Dus vandaar de titel van dit stukje.
Maar eerst nog even terugspoelen naar Honolulu. Jullie verdienen natuurlijk te weten hoe het allemaal is afgelopen daar. We hebben een drukke tijd gehad met Maarten er bij, verdere boodschappen doen, twee leuke musea bezocht.
Mocht je ooit in Honolulu zijn sla dan vooral het Bishop Museum niet over. Dit is een museum dat veel leuker is (denken wij) dan het commerciële Polynesian Culture Center waar Arnold en ik samen langs waren gekomen. Arnold had hier wel oren naar maar later bleek dat het opgezet was door de Mormoonse kerk om hun volgelingen wat te doen te geven. Het Bishop Museum is in Honolulu zelf en is eind 19e eeuw gecreëerd door de locale “Carnegie”, een witte man met geld genaamd Bishop. Het heeft dus niks met het katholieke geloof te maken. Hij was getrouwd met de troonopvolgster van de Hawaiiaanse dynastie. Haar oom of zo was de laatste koning, die door toedoen van Amerikaanse suikerbaronnen is afgezet. In de geschiedenis van Hawaii hebben de Amerikanen zich zeker niet onderscheiden door net gedrag, zullen we maar zeggen. Enfin, dit museum is overduidelijk niet afhankelijk van de staat qua funding, het ziet er prachtig uit en staat vol met originele artefacten. Ook is een een klein “Nemo” achtig museum over techniek. Ook voor ons oude techneuten leuk.
We zijn ook nog naar het oorspronkelijke paleis van die 19e eeuwse koningen, die slechts een krappe eeuw op de troon hebben gezeten, geweest. Dit ‘Oliani Palace is niet heel groot en omdat dit een tijd lang als burelen van de nieuwe Amerikanen heeft gediend kreeg ik de indruk dat er later weer nieuw interieur ingezet was. Aardig, maar niet heel bijzonder en de geschiedenis van de koningen hadden we in het andere museum al (beter) gehoord.


De laatste middag naar de Japanse supermarkt geweest, die verwarrend genoeg Don Quijote heet. Een aanrader, prima prijzen en divers aanbod. Mooi fruit gekocht dat hopelijk lang mee gaat. ’s avonds als afscheid van de USA naar Texas de Brazil, een all-you-can-eat steakhouse waar een leuke Argentijnse (!) ober ons flink verwende. Maarten houdt wel van een stukje vlees, dus dat kwam helemaal goed.
De volgende dag, zondag, zouden we uitvaren. Om dat te regelen was ik vrijdag ochtend bij de havenmeester langs gegaan, en na 10 woorden wisselen en 20 minuten wachten met de onvriendelijke mevrouw kreeg ik een soort minibonnetje dat ik moest betalen. Ik dacht, ik laat me niet kennen en gaf zonder te kijken mijn credit card af. Eenmaal buiten keek ik eens goed: $310 voor 12 dagen. Haha, doen ze daar nu zo moeilijk over. Ik denk dat ze de helft van de rekening vergeten is maar dat is mijn probleem niet.
Vervolgens mijn vriend Joey en in CC alle collega’s van de CBP Maritime Office gemaild dat we dit weekend weg wilden. Oeps, meteen een bericht terug dat ik daarvoor toch echt even langs moest komen met alle paspoorten. Het adres was wat vaag, als ik de straat invulde kreeg ik een haventerrein in beeld met een poort. Samen met Maarten in de Uber, ja zet ons hier maar af. Bij de poort gevraagd, waar is dan die CBP? Nou hier op het terrein meneer, even uw paspoorten inschrijven en volg deze witte lijn. Na de hoek was er een laag gebouw met een deur. Het zal toch niet? Wij naar binnen, een loket met een open deur er naast. “You are the guys from Merrimac?” We kregen snel door dat het geen storm loopt hier. Hij had een heel formulier, ongeveer hetzelfde als ik al ingevuld had en opgestuurd, maar nu met pen ingevuld en een lijstje met nummers van velden die we samen nog even moesten doornemen. Super aardige gasten maar duidelijk dat het aantal zeilers hier behoorlijk gezakt is. Nog even gedubbel-checkt dat het goed ging dat Maarten per ESTA + vliegtuig kwam en nu per boot ging.
Zondag wilden we dus nog even tanken, waarvoor we nog even naar de volgende jachthaven moesten. Bij het naar buiten varen bleek dat de berichten over “king tide” en “hoge golven” inderdaad waar waren: er stonden rollers in de uitvaart. Oeps. Zie filmpje. Maar even wachten. Na een kwartier was het opeens minder en konden we de haven alsnog veilig verlaten. In de andere jachthaven was ook weer een allervriendelijkste jonge dame die hielp met de pomp. Nee, gasten konden ze niet kwijt hier, alles was vol. Tja, geen wonder dat er niemand meer komt. Heel bijzonder voor zo’n commercieel denkend land. Na 120 gallon geladen te hebben was het wel ongeveer vol en konden we vertrekken.
De eerste uren natuurlijk geen wind, maar na de laatste bergrug trok het goed aan tot zo’n 18 knopen. Het was wat onrustig ook qua golfslag. De volgende ochtend toen ik opstond bleek Maarten toch niet helemaal zee-ziekte ongevoelig te zijn. Snel een Scopoderm geplakt achter zijn oor en na paar uur was ie weer helemaal ok. Eéntje bleek voldoende, hij is nu na vijf dagen helemaal gewend en voelt zich prima.
Omdat Arnold en ik allebei niet zo blij waren met het wachtschema van het vorige traject (20-24, 24-04, 04-08, en dan elke dag eentje eerder) doen we nu een 3 uurs wacht systeem. Wacht 1 doet 20-23 én 05-08, wacht 2 alleen 23-02 en wacht 3 alleen 02-05. De drie uurs wacht is een stuk korter gevoelsmatig en we slapen allemaal beter hier mee. Ook roteren we nu voorwaarts, dus na wacht 1 komt wacht 2, etc. En wacht 1 doet ook het koken én het afwassen. Dan ruim je je eigen troep op, en ben je twee dagen vrij van corvee. Prima systeem. Ik ben begonnen met wacht 1, want ik heb het minste last van aanvangs-zeeziekte, pasta met rode gehaksaus. Daarna Arnold met hamburgers, Maarten met rendang met rijst, ik weer met Burrito’s en nu vandaag weer hamburgers. We hebben verse hamburgerbroodjes, dus die moeten binnen twee weken op.
Verder lukt het brood bakken steeds beter. Vandaag was het echt goed, met dezelfde belletjes door het hele brood en geen inzakking. Minder water lijkt het geheim van de smid, maar ik zal rapporteren of dat eenmalig een toevalstreffer was.

Qua zeilen ging het op dag 2 t/m 4 niet briljant, met net te weinig wind: 8-9 knopen van schuin tot helemaal van achter. We varen in een enorme bocht naar het zuiden om de passaatwinden te pakken zien te krijgen. Sinds vanochtend hebben we 11-14 knopen en loopt de boot opeens als een zonnetje. We hopen rond 10-11 juli aan te komen, maar 11 en 12 mogen we niet binnenlopen want dan is het weekend. Gelukkig regelt de agent dit allemaal dus wat dat betreft geen kopzorgen.
Mooi verhaal weer! En als dat hele zeilen nou niks wordt, kan je dus altijd nog bakker worden 😉
Ja en het vroege opstaan is ook geen probleem na alle wachten lopen!