Arnold en Ella in Suriname

23 december was het eindelijk zover, we konden de kinderen ophalen op het vliegveld. We waren ruim op tijd en slenterden door de ontvangstruimte, waar oorverdovende harde muziek speelde als welkom, speciaal voor de feestdagen. Het plein voor de schuifdeuren waar de kinderen door zouden komen was leeg en het bleek niet de bedoeling dat we daar zouden staan, dat was voor VIP’s, maar als we er wat zouden drinken mochten we op het kleine terrasje met 10 stoelen wat eraan grensde wel zitten. Aangezien de kinderen vrij vooraan in het vliegtuig zaten en geen ruimbagage hadden verwachtten we ze als een van de eerste buiten. Na lang wachten kwamen eindelijk, met soms tussenpozen van 5 minuten, één voor één wat passagiers naar buiten. En gelukkig kwamen Arnold en Ella inderdaad voor de grote meute naar buiten. Ze hadden zelf erg lang moeten wachten voordat ze door konden, maar eindelijk konden we ze meenemen. Door een boog van wachtenden liepen we snel naar buiten om weg te kunnen.

Het was heerlijk om ze weer bij ons te hebben.

De volgende dag gingen we met vieren voor een paar dagen erop uit naar een resort in Boven Suriname, Botopasi en André pastte ondertussen op de boot. We werden opgehaald door een busje wat de gasten vervoert naar de rivier bij Atjoni, 2 uur rijden van Domburg. De chauffeur zou me bellen als hij in Paramaribo vertrok, dan zou André ons, in twee ritjes want we pasten niet allemaal in de kleine auto, naar Highway brengen. Highway is de grote weg naar Paramaribo, een tweebaans weg met een tweebaans fietspad ernaast. Toen de chauffeur belde vroeg hij waar we precies zouden staan, hij wilde zeker weten dat hij ons niet zou missen. Ik stelde hem gerust: “Vier grote, blanke Nederlanders met koffers ga je niet over het hoofd zien!” We zaten te wachten in een bushokje en waren de attractie van iedereen die voorbij kwam. Gierend van de lach stapte Mike, de chauffeur, zijn busje uit, dat kon hij inderdaad niet missen! We kregen allevier een grote hug en waren meteen de beste vrienden.

Er waren verder geen gasten en behalve met ons zat de bus vol met dozen en spullen die ook die kant op moesten. Twee uur lang bij DJ Mike in het busje bleek een belevenis op zich, het hele oeuvre aan Kerst, Surinaamse, Nederlandse en UB40-muziek kwam voorbij. Toen we luid meezongen op Jingle Bells kon hij het niet laten ons even te filmen. Hoezo handsfree, Mike had er zelfs een speciale telefoon voor.

Na een uur zuidwaarts, van de highway af nog een uur zuid richting Atjoni, waar de weg ophoudt bij de rivier. Daar aangekomen wemelt het van de mensen en busjes volgepakt en gestapeld met bagage, meubels, matrassen en voedsel. Tja, het is de dag voor kerst en iedereen uit de omgeving die in de stad woont en naar huis gaat, gaat via deze route. Aan de oever van de rivier liggen tientallen gekleurde korjalen te wachten op hun bagage. Het is een komen en gaan. De enige blanken die we zien zijn groepen studenten die terugkomen van de rivier. Onze vrij jonge bootsman staat ons al op te wachten in een FC Heerenveen shirt. We moeten nog even wachten, want nog niet alle passagiers zijn er. Terwijl we een plek in de schaduw zoeken eten we de lunch die Mike voor ons meegebracht had.

Twee uur lang bekijken we het inladen van de inhoud van de busjes in de korjalen en het vertrek de rivier op. Op een gegeven moment stopt er zelfs een lijkwagen aan de waterrand. Rouwende mensen verzamelen zich eromheen en er wordt een kist de korjaal opgedragen onder luid geween van enkele dames. Een deel gaat mee aan boord en al tien minuten later is iedereen weg en de korjaal de rivier op.

In de komende dagen zouden we leren dat de korjalen alleen door de speciale bootsmannen gevaren kunnen worden. Dit is een eer die alleen mannelijke familieleden van een bootsman kan toevallen. Al als klein kind worden ze geïnstrueerd over de gevaren en het varen op de rivier. Dit blijkt onderweg inderdaad als we langs diverse rotsen varen die in de rivier verspreid liggen. Het is een kunstig geslinger als we stroomopwaarts langs stroomversnellingen omhoog moeten varen. Het is nu kleine regentijd, de stand van de rivier is afhankelijk van het seizoen. Het verschil in waterstand bij de grote droge tijd en de grote regentijd kan 6 meter bedragen, dus soms zie je de rotsen niet en soms moet je uitstappen en de korjaal aan een touw eroverheen trekken bij gebrek aan water. Gelukkig kunnen we nu alles bevaren, de bootsman hoeft alleen af en toe de staart van de buitenboordmotor op te tillen.

Er zijn enkele landingsveldjes voor vliegtuigen, maar gebruik ervan is niet te betalen, dus alles wordt via de rivier en de korjalen vervoerd. De korjaal waarin wij zitten blijkt van het resort te zijn en omdat wij de enige gasten waren kon de bootsman de rest van de boot vullen met andere lading. Het wachten was dus geweest op een familie die hij na ons zou afzetten en wat spullen die onderweg afgegeven werden. Het is mooi om te zien hoe dat gaat, als de boot vaart dan de capaciteit volledig benutten. De mobiele telefoon is dus ook niet weg te denken, als we ergens aankomen waar iets afgegeven moet worden staat degene al klaar bij de oever om het aan te pakken. Er staan dus ook regelmatig hoge zendmasten langs de oever, dus geen gebrek aan signaal. Gelukkig stoppen we niet vaak en komen we na twee uur varen aan bij het resort. Na twee dagen reizen zijn Arnold en Ella het ook wel zat. Op de oever naast het resort spot de bootsman een kaaiman die ligt te slapen.

Het resort ziet er erg rustig uit en we blijken ook de enige gasten.  We plonzen in de rivier voor het resort om pootje te baden tot de beheerder, Kenny, ons komt halen voor het welkom.

(Botopasi, uitzicht vanaf het resort op het dorp aan de overkant)

Op het resort staat een huis met boven een veranda waar we eten, spelletjes spelen of in de hangmat liggen. Verder staan er hutjes waar we in slapen. Niet heel lux, donker maar prima. Twee bedden met klamboe, een douche en een wc. ‘s Nachts is er geen stroom want dan gaat de generator uit. De eerste nacht wordt ons gesnurk begeleid door een kikker, ‘s ochtends zijn er ook twee kleine kikkertjes het hutje van Ella en mij in geslopen.

De volgende dag zitten we weer in de korjaal met dezelfde bootsman, Kenny, zijn hulp Sophie en nog een bootsman die er de vorige dag ook bij was. Hij zit voorop en wijst op moeilijke plekken de weg. De weg van en naar Atjoni varen ze op hun duimpje, maar verder zuidwaarts is het wat onbekender. Bij een volgend resort ligt een korjaal met een Nederlands gezin te wachten, deze oudere bootsman is heel ervaren en wijst de weg op de lastige plekken.

(Voorop met oranje pet: Kenny)

We gaan beide naar de Tapa Waka watervallen, deze liggen op 4 graden noorderbreedte, zo zuidelijk ben ik nog niet geweest. Waarschijnlijk wij allevier niet. Het is een grote stroomversnelling bij een punt waar een rivier uitmondt in de Surinamerivier. Het is een heerlijke jacuzzi waar we verkoelen van de hitte. En verbranden blijkt later. Na één dag hebben Arnold en Ella al een flinke kleur te pakken, iets te rood misschien. Ondanks factor 70!

‘s Avonds terug in het resort krijgen we een kerstmaaltijd klaargemaakt door Kenny, want de ‘echte’ kok is voor een begrafenis naar de stad. Gelukkig heeft Kenny op de hotelschool in Paramaribo ook wat leren koken. We smullen van de hertenbout waar we hem de vorige dag mee thuis zagen komen. Samen met allerlei lokale lekkerheden zoals pom en pie.

Na het eten steken we in het donker de rivier over voor een wandeling door het gelijknamige dorp aan de overkant. Hier wonen 800 mensen, dus best een flink dorp. Bij de shop in het midden van het dorp zitten wat kinderen naar Home Alone 3 te kijken. Kenny haalt brood bij de bakker en we drinken een djogo bij de shop en kijken mee.

De volgende dag vertrekken we allemaal terug richting Atjoni, stroomafwaarts gaat iets sneller. We pikken wat lifters op en een ervan schijnt een hele snelle bootsman te zijn, dus hij neemt het roer over en scheurt de rivier af zonder gas terug te nemen bij de moeilijke punten, hij kent de weg.

Mike staat ons op te wachten en we hopen dus meteen door te kunnen, maar no spang, eerst moet iedereen begroet worden. Mike en Kenny brengen ons naar de haven en als ze de boten op de rivier zien liggen uiten ze een kreet van verbazing, dat hadden ze nog nooit gezien. Nog even een selfie met Mike en de boot op de achtergrond die ik een paar dagen als profielfoto van Mike op zijn Whatsapp ontdek.

We kletsen gezellig bij met André, die net begonnen is aan een darttoernooi wat door Lucas, één van de kinderen van de boot Ile du Nord, een gezin wat een rondje Atlantische Oceaan aan het maken is, georganiseerd wordt. André wint de eerste prijs: een pak bami, satehsaus en ketjap, dat zal smaken!

We willen de volgende dag, de laatste dag van André, nog naar fort Zeelandia, dus we regelen een andere auto en vertrekken richting de stad. Het is druk en we komen om 11.05 bij het fort aan. Daar staan ze af te sluiten, het personeel wil nog even samenzitten en dus gaan ze eerder dicht. Helaas. Dan maar weer terug via de drukte over de brug naar fort Nieuw Amsterdam. De brug over is een mooie ervaring. Bij het fort aangekomen blijkt ook dit dicht te zijn. Omdat we al een hele tijd in de auto hebben gezeten lopen we om de benen te strekken naar de waterkant waar je uitzicht hebt op de oceaan, de Surinamerivier en de Commewijne rivier. Terug bij de auto komt er een man zeggen dat hij het zo sneu vindt dat we er niet in kunnen, dus als we hem 50 SRD geven mogen we er wel in. Zo kunnen we toch een groot gedeelte, het museum, zien.

(fort Zeelandia, net dicht)

(fort Nieuw Amsterdam)

Inmiddels zijn we dorstig en rijden we bijna bij de eerste supermarkt binnen. Een andere plek waar we langs wilden was plantage Peperpot, daar was lekker eten, dus dat wilden we wel proberen. Het ritje ernaartoe was enerverend bij gebrek aan harde weg, maar een prachtige plek die onlangs helemaal gerenoveerd is. De lunch was prima, helaas was de pindasoep waar André zich zo op verheugd had op.

De terugweg over de brug vergde weer veel geduld en Kees was na een dag rijden helemaal gaar.

Zaterdagavond eten we op de haven en zingen Karaoke, dat is daar elke zaterdag. Zelfs Arnold waagt zich aan de hit met de meeste tekst: Tequila, haha.

Zondag, de dag na André’s vertrek, rijden we vroeg in de morgen naar de stad, ik wil naar de hoogmis in de kathedraal, we willen nu eindelijk in fort Zeelandia kijken en we gaan de bril ophalen die ik eerder besteld heb.

We zijn veel te vroeg bij de kathedraal, maar Kees zet me af en ik wacht buiten. Binnen is een doopmis aan de gang, die was om 6.30 begonnen, maar duurde uiteindelijk tot 9.50. Daarna ging de pastoor nog met al die mensen op de foto, dus het duurde even voor de hoogmis begon. De kerk zat voor beide missen goed vol. Wat me opviel was dat er zoveel verschillende culturen zaten. De mis duurde 2 uur en werd alleen verstoord door een katheder die uit elkaar viel net na het evangelie, weggehaald werd en midden tijdens de preek werd teruggebracht en een zwerver die binnenliep en stennis schopte, maar kundig door wat mensen werd afgevoerd.

In fort Zeelandia zagen we eigenlijk hetzelfde verhaal als we de vorige dag in fort Nieuw Amsterdam hadden gezien, behalve dan bastion Veere, de plek waar de decembermoorden zich voltrokken, dat was wel indrukwekkend.

Omdat de opticien op zondag pas om 4 uur opengaat rijden we naar noord Paramaribo, komen langs een enorme supermarkt waar we lunch halen en eten deze langs de weg op een bankje in een verkoopstalletje wat door wat hangjeugd al mishandeld was. Heel bijzonder, maar het broodje filet Americain en nederlandse kaas laten zich niet minder smaken.

Nadat we de bril hebben opgehaald, een ijsje hebben gegeten bij McDonalds en nog wat souveniertjes hebben gehaald terug naar Domburg.

‘s Maandags, als alle winkels open zijn, gaan Marion en Arnold de stad in om te kijken of de dealer van buitenboordmotoren, die zondag niet open bleek, nu wel open zou zijn. Ze namen de telefoon niet op, maar aangezien we toch de stad in wilden voor een hangmat voor Arnold zouden we er wel langsrijden. Na 3 uur file komen we aan bij de dealer, die gelukkig open is. We willen een motor met iets meer vermogen, zodat we ons sneller met het bijbootje kunnen verplaatsen. Deze hebben ze in voorraad, maar ze hebben geen bankrekening, dus we kunnen alleen cash betalen. Dat is een uitdaging, aangezien we per keer maar 1000 SRD, 122 euro kunnen pinnen. Dan maar bij de bank proberen. Bij de dichtstbijzijnde bank tref ik een stoïcijnse dame, nee, ook haar baas kan mij niet aan geld helpen. Ik vraag of ze het niet raar vindt dat ik mijn geld niet kan uitgeven, maar ze kijkt me aan of ik gek ben. Arnold schaamt zich voor mijn gedrag, maar ik moest het vragen.

Bij de volgende bank wacht ik geduldig tot mijn nummer wordt geroepen, maar na een half uur spreek ik toch maar iemand aan. Nee, ook daar kan het niet. Deze dame snapte wél dat het frusterend is dat je je geld niet kunt uitgeven, dus stuurt ze me naar een speciaal loket voor medewerkers en 60+-ers. Na wat heen en weer gepraat bieden ze me de optie om met mijn credit card dollars te pinnen, dat kost wel wat, en dan kunnen zij het omzetten naar SRD’s. Ik wil overleggen met Kees of we de kosten accepteren, maar ik mag binnen niet bellen, dus loop naar buiten. Het bleek dat de bank ondertussen gesloten was, ik mocht wel terug binnen, maar voor het loket stonden ineens heel wat medewerkers. Ik sluit netjes achteraan en een mevrouw vraagt verbaasd aan mij of ik wel 60 ben. “Voor een paar minuten wel”, antwoord ik haar. Als de vrouw achter het loket klaar is met wie ze bezig was en mij ziet roept ze mij, de anderen moeten helaas even wachten, dus ik voelde me wel wat bezwaard.

Na veel heen en weer van het ene loket naar het andere loket ontvang ik, na er meer dan een uur mee bezig te zijn geweest, eindelijk een pak geld waarbij ik het gevoel krijg dat ik een kluis beroofd heb en dat ik blij ben dat ik mijn bodyguard bij me heb. Bij de dealer hebben ze gelukkig een telmachine, anders waren we nu nog daar.

Dealer eenmaal betaald, garantiepapieren in orde gemaakt, worden we naar de werkplaats geleid waar de motor uitgeprobeerd wordt. Hij start niet. Fabrieksfout. Was alle moeite tot nu toe voor niets?

In de showroom staat ook een exemplaar, dan die maar proberen. Papieren worden opnieuw aangemaakt met het andere serienummer en deze motor doet het gelukkig wel. Als we een kwartier later ook nog de benodigde olie hebben afgerekend kunnen we weg richting hangmat.

Ik rijd de lange straat op waar ik eerder een hangmat gekocht had en er is een grote file. Meerdere keren worden twee wegen samengevoegd, het is een drukte van belang en we bewegen niet tot nauwelijks. Ik stuur Arnold maar  vast op pad, alsmaar rechtdoor lopen en ik laat wel weten als ik voorbij ben, dan zien we elkaar aan het eind van de straat. Ik heb op één punt wel drie kwartier gestaan, ondertussen kletsend met Senne en Marieke, opvarenden van een andere zeilboot in Domburg, die langslopen. Als Arnold terugkomt ben ik nog niet heel veel opgeschoten. Gelukkig gaat het halverwege ineens beter doorrijden, er blijken diverse verkeersagenten ingeschakeld te zijn. We kunnen terug naar Domburg! Het was de op een na drukste dag van het jaar in Paramaribo, 30 december. De volgende dag, 31 december is daar de drukste dag.

Die dag is het alweer tijd om de kinderen weg te brengen. We gaan ze missen! Als we bijna terug zijn in Domburg bellen ze dat ze teveel bagage hebben, niet genoeg SRD om tassen in te checken, er geen geldautomaat is, ze zitten er volgens ons een beetje door, het is maar 3 kilo te veel. We raden ze aan om dan maar zo veel mogelijk kleren over elkaar aan te trekken en het dan opnieuw te proberen. Dat blijkt te lukken en om 19.25 zien we vlucht KL714 precies boven onze boot naar het noorden vliegen.

We vieren we oud en nieuw op de haven met de overige aanwezige zeilers en zingen Foute Hits Karaoke. Dat was dan 2019!

 

 

4 Replies to “Arnold en Ella in Suriname”

  1. Prachtverhaal en leuke foto’s weer! Het hele verblijf in Suriname lijkt wel een cursus GEDULD. Uit ervaring weet ik: niet eenvoudig voor een Verruijt…
    En binnenkort Domburg weer verlaten, ook dat zal weer wennen zijn want het lijkt me daar ook erg gezellig met andere zeilers. Maar nieuwe havens weer nieuwe ontmoetingen.
    Goede vaart en een heel voorspoedig 2020!

    1. Hahaha, ja ja. In de Tropen leer je op een gegeven moment toch wel wat geduld te hebben, zelfs een Verruijt lukt dat. Duurt wel een paar jaar…

  2. Kindlief wat een prachtig verhaal weer!
    Wat doen jullie een hoop ervaringen op zeg niet tegeloven. Heerlijk voor jullie alle vier dat jullie weer even bij elkaar waren.
    Heel erg bedankt voor de mooie foto’s ze zijn uniek voor Pa en mij.
    Kijken met veel plezier uit naar je volgende reisverslag!
    Heel veel reisgenot met zeilen etc.
    Heel veel liefs voor jou en Kees van Pa en Ma ❤️💋💋💋

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *