Door het Panama kanaal
Het is nu onze tweede dag op zee en de rust begint terug te keren. Het was hier en daar best hectisch zoals je verderop zult lezen.
Maar laten we bij het begin beginnen, zoals het hoort. Marion en ik hebben drie boodschappenkarren aan eten gehaald in Colon bij de “Rey”, een prima supermarkt. De volgende dag was Rudolf gearriveerd en heb ik het met hem samen nog eens dun overgedaan zodat de gewone plekken wel vol zaten met eten. Donderdag kwam Arnold en heb ik hem van het vliegveld gehaald. Rudolf was de dag daarvoor met een gehuurde auto gekomen en die hebben we gelijk weer weggebracht. Een uurtje later kreeg hij bericht dat zijn kentekenbewijs van z’n Nederlandse auto in de huurauto gevonden was. Bijzonder, want dat was ie al maanden kwijt.
Op vrijdag zijn Marion, Arnold en Rudolf op “tour” gegaan en alvast bij de sluis gaan kijken.

Indrukwekkend, maar niet iets wat wij Nederlanders nog nooit gezien of gedaan hebben.
In het afgelopen jaar hebben we slechts zo’n 150 uur gemotoriseerd, maar het was toch tijd om de motor een servicebeurt te geven (dat viel tegen in de hitte) zodat alle smeersels weer 100% zijn. We gaan op de Pacific een hoop motor uren maken dus dat was geen verspilde moeite. Daar was mijn dag wel weer mee gevuld.
De volgende dag, zaterdag, zouden we door het kanaal gaan beginnen. Maar ’s nacht begon het enorm hard te hozen, zo’n harde regen had ik nog nooit meegemaakt. Onze Bimini ook niet. De voorste buis boog onder het vele water op het doek zo’n 40 cm door en al het water sluisde zich een baan naar binnen. De hele vloer stond onder, de bakken bij de ingang, matrassen in de achterhut door het kleine raampje binnen, alles zeik en zeik nat. Gelukkig wel mooi schoon regenwater!
’s Morgens keken we elkaar wat beduusd aan. Op allerlei plekken bleek nog water te staan. Met de mannen de buis maar eens losgemaakt en bekeken. Kunnen we hem niet gewoon terugbuigen? Meegenomen naar de kant en met wat tafels en Arnold’s knie was het eigenlijk zo gepiept om er weer een _soort_ van vorm in te buigen. Helemaal 100% zal het niet worden en de constructie is door de buiskappenmaker uit Grou duidelijk onderschat; dit is voor Nederland wellicht OK maar voor hier is het veel te vlak.
Rond een uur of 10 kwam onze ingehuurde “line handler” met de vier lange lijnen die we ook gehuurd hadden langs. Je moet namelijk minstens vier mensen aan boord hebben die met lijnen kunnen omgaan, plus de schipper plus een “advisor”. Veel mensen adviseerden ons om in Shelter Bay eens rond te vragen, maar we zijn aan het eind van het seizoen en iedereen die in aanmerking kwam (= was op de boot en geen raar type) ging zelf ook dit weekend er door heen. Achteraf was het héél fijn dat we Mario mee hadden; hij doet dit werk al veertien jaar en weet bijna meer dan de advisors. In de hiërarchische maatschappij van Panama merkte je dat hij dat tegen de advisors niet liet weten, maar het was heel fijn. Bovendien steun je op deze manier de maatschappij hier nog een beetje; het kanaal is de bron van een groot gedeelte van de welvaart hier. Tegen twee uur ’s middags voeren we de jachthaven uit en gingen op de ankerplaats (Mario wist precies wáár) voor anker. Melden bij de havendienst Cristobal Signal Station. De advisor komt om 1600 uur. OK.

Rond 1615 was de advisor, Moi (van Moises) er dan. Een leuke open man van middelbare leeftijd die al 30 jaar voor het kanaal werkt. Hij was nu de baas van de opleidingen van de sleepboten e.d. (als ik het goed onthouden heb) dus alle sleepboten hadden zijn bijzondere belangstelling of ze de regels wel volgden. Aangezien zijn huidige baan een kantoorbaan is klust hij in het weekend bij als advisor. In het weekend is er dan ook meer ruimte om jachten mee te nemen wegens het aanbod van advisors.

Moi was nog niet aan boord of het begon weer enorm te regenen. Hij trok een zeer dun regenjackje aan maar Mario had niks bij zich. Niet getreurd, wij hadden in zijn maat een prima Decathlon regenjack. Hij was er erg verguld mee. Snel de radar ook bijgezet want het zicht was minder dan 30m. Door de elektronica geholpen kwamen vlug aan in de buurt van het schip waarachter wij in de sluis zouden gaan. We mochten een stukje voor omdat we niet zo hard kunnen als de grote schepen. Aangezien er vier jachten gingen die dag werden we twee aan twee gebonden. Wij kregen een Turks schip, de Sal, langszij. Dat is heel prettig want dan heb je maar de helft van de lijnen om op te vangen. Dat bleek sowieso minder lastig dan ik dacht, je vaart met het koppel schepen eerst langs bakboord, legt een tijdje aan tot we er in mogen, dan zijn die twee lijnen gelijk al aan de wal. Dan vaar je wat naar stuurboord en dan gooien ze vanaf de wal twee “klootjes” of “aapjes” (een bal touw) met een lange lijn er aan over de boot. Dat doen ze op het voordek zodat ze de zonnepanelen niet raken. Vervolgens binden de twee line handlers dan fluks dat dunne touw aan de dikke landvast, en wordt deze naar de wal getrokken. Dan vaar je naar de opgegeven plaats in de sluis, remt af en de lijnen worden aangetrokken. Meer is het niet. Vergeleken met een Nederlandse sluis waar je alles zelf moet doen is het eigenlijk een stuk makkelijker. Tijdens het wachten heeft Marion een heerlijke late lunch / snack bestaande uit pasta salade met tonijn voor iedereen. Ons was verteld dat je de line handlers en advisor niet kan afschepen met een boterham met pindakaas, maar ze lijken onder de indruk.
Wat wel anders is dat is dan in Nederland is dat nadat de kolk is volgelopen we met de lijnen nog naar de wal doorvaren naar de volgende kolk, en dan nog een keer. Je gaat drie keer zo’n 8-9 meter omhoog aan de Atlantische zijde en twee keer 8-9 en een keer de helft (ivm tij) naar beneden aan de Pacifische kant.

Op de foto hierboven kun je mooi zien hoe wij al in de tweede kolk liggen en dat de eerst kolk weer aan het leeglopen is om het zeeschip op te halen dat voor de sluis tegen de wal ligt. De oude sluizen werken volledig op zwaartekracht qua waterbewegingen, er komen geen pompen aan te pas. Vroeger reden zelfs de locomotieven die de zeeschepen meetrekken op waterkracht-stroom. Alhoewel wij dus door mannen worden meegenomen (eigenlijk de motor van de Merrimac) zijn dat bij de grote schepen dus locomotieven. Leuk bedacht, maar in de nieuwe sluizen hebben ze toch gewoon weer sleepboten zoals in de rest van de wereld.
Na de drie sluizen, het is dan onderhand negen uur ’s avonds, moeten we nog een mijltje motoren naar een boei. Daar moeten we aanmeren want het meer is hier niet alleen zo’n 20-30 meter diep, maar staat ook nog vol met oude bomen en rommel. Dus dat ankert slecht met onze kleine ankers. De zeeschepen doen dat wel. Waarom ze niet een stuk steiger neer leggen is ons een raadsel, maar Mario brengt weer snel alles op orde en na 10 minuten liggen we. Moi wordt weer opgehaald, zijn dag zit er op. Wij eten een heerlijke rendang die Marion ook al heeft gemaakt. In de ploffende hitte binnen geen sinecure. Een biertje en een glaasje rum mogen ook, vinden we.
De volgende ochtend wordt rond 08:30 weer de volgende advisor afgeleverd door een bootje. Luiz ditmaal. Ook ervaren, maar niet zo ervaren als Moi denken we. Prima vent. Eerst moeten we nu het meer over en vervolgens door de “Calebra Cut”, het moeilijkste stuk waar de berg uitgehakt moest worden.



Hij laat ons dit keer als 1 x 1 en 1 x 3 door de sluis gaan. Wij zijn de middelste. Met twee boten extra is het wel een stuk lastiger sturen door de extra traagheid. Maar alles gaat goed en ik krijg de hele tijd complimenten van de advisor. Ik zeg nog een keer “dat zeg je zeker tegen alle klanten” maar hij houdt vol dat het niet zo is. Maar waar Moi strategisch de motoren van het andere schip laat gebruiken moet nu de Merrimac al het werk doen. De andere twee hebben hun roer vastgezet en de motor in neutraal. Nu gaan we voorin de kolk, omdat daar minder last is van stroming. Vooral bij de laatste kolk waar zout weer mengt met zoet moeten we oppassen, maar voordat het nare water bij ons is liggen we al ruim weer vast.

Rond 1600 varen we de laatste sluis uit, onder de laatste brug door en de advisor gaat al weer van boord. Het kanaal zelf was dus geen enkel probleem. Ik snap wel waarom er zo’n heisa van gemaakt worden: onze Turkse buurman was nog nooit maar in de buurt geweest van een sluis. Dan is het natuurlijk andere koek! Het was wel grappig, bij ons was iedereen relaxed en lekker van de situatie aan het genieten en rondkijken. Lijnen vangen en vastzetten en lossen, en dat maar door twee (Rudolf en Mario.) Op de andere boten was het aanzienlijk hectischer, ook omdat de eigenaren alles met meerdere camera’s wilden vastleggen.

Maar op de achtergrond speelde nog iets anders. De agent had in Maart z’n schoonzoon naar Shelter Bay gestuurd en daar een aantal dingen besproken. Stom genoeg heb ik die niet opgeschreven. Ik dacht dat hij zou regelen dat we gelijk konden doorvaren naar een jachthaven en dat er een “Cruising Permit” geregeld was. Die permit is niks meer dan een belasting op elk pleziervaartuig dat Panama aandoet. Prima. Maar in de week bleek al dat ik de jachthaven zelf moest regelen. Maar die waren wel aan de prijs ($360 voor drie nachten). En we mochten ook niet zo maar even met de boot naar binnen om Mario en de lijnen aan te landen. Nu was het dus weer stress: bijbootje lanceren, motortje er aan, Mario + lijnen er in, afzetten in marina, terug, onderhand in pikkedonker een plek uitzoeken. Discussie over ankeren of niet ankeren tijdens het afzetten in marina. Kortom, allemaal gedoe. De volgende ochtend na het ankeren de iets vriendelijker marina gebeld, ja hoor kom maar. 400+ liter diesel getankt en 1 nacht verblijven. Snel de agent gemaild, we willen morgen weg. Ja dat kan alleen om 10:30 en kost $125,70. En een kopie van je cruising permit mee. Ja, die zou jij regelen vriend! Nee, ik weet van niks, ik kan toch niet raden of mensen die niet al hebben? Hoe dan, je hebt ons geholpen met inklaren. Ga dan maar zonder mij naar de Port Captain morgenochtend vroeg, zonder mij heb je kans dat het wel snel geregeld kan worden. Zucht…
Uiteindelijk hebben we heerlijk gegeten in een echte toerist-trap waar ze wel fantastisch heerlijke biefstukken konden klaarmaken en ook de Irish coffee was lekker. De volgende ochtend vroeg ging Marion (die immers hier bleef en dus niet mee hoefde uit te klaren) met de taxi naar de grootste mall hier, Albrook, en ging daar de laatste dingen halen als fruit en groente. Wij op naar de port captain. Rudolf en Arnold mee, want als het zou lukken moesten we gelijk naar de immigration en die wil iedereen zien om ze op de foto te zetten. Gelukkig was het heel rustig bij de port captain en trof ik een vijfentwintig jarige jongeman met uitstekend Engels. Hij snapte het helemaal en ging zijn best doen. Zijn gedeelte was in 10 minuten klaar en vervolgens ging hij de drie (!) dames van een andere afdeling onder druk zetten om de Cruising Permit te maken. Dat duurt normaliter een paar dagen, maar na de nodige belletjes met/van de financiële afdeling stond ik 40 minuten met alle papieren weer buiten. Joepie! Snel naar de immigratie en we waren vrij om te gaan.
Er kwam nog een vriend van Rudolf even langs om naar de boot te kijken, vervolgens hebben we nog even geluncht en vervolgens Marion op de steiger gezet en zijn we gegaan! Marion blijft nog tot Zaterdag in Panama City, lekker even in d’r eentje genieten van de stad en lekker niks doen.
// Dag 0, 14:06 / 21:06 Z, log 7573, motor 628.
Wij varen nu al weer zo’n 28 uur door de windstiltes. Zo nu en dan kan de fok bij. Het motortje bromt lekker op 1584 toeren en dat geeft een snelheid van 6,3 knopen. Tot en met het weekend is er weinig wind. Dan neemt het hopelijk toe en dan kunnen we het grootste stuk zeilend afleggen. Ik moet zeggen dat het niet eens zo erg is als je je er op hebt ingesteld (en we wisten dit al weken). De nieuwe motor is super stil en je kan op normaal stemvolume communiceren. Gisteren weer rendang en vanavond kip curry van Marion. Morgen maar eens aan de grote stapel groentes beginnen.
// Dag 1, 16:39 / 23:39 Z, log 7707, motor 654.