Spaanse rias en Porto

Vanuit Sada zijn we vorige week in “gebruikelijk weer” vertrokken richting de westelijke rias (rivieren, maar eigenlijk beter gezegd lage fjorden.) Met gebruikelijk weer bedoel ik de “Portugese Noord”, die het sterkste is rond de noordwestelijke hoek van Spanje. Op zee troffen we een 25 knopen wind uit het noorden tot noordoosten. Als dat van achteren of schuin van achteren komt is dat voor Merrimac een prima wind, over dek waait het dan nog zo’n 15 knopen en we gaan dan ook als de brandweer.

Omdat we eerst nog op de preekstoel moesten wachten konden we pas rond tien uur weg. Uiteindelijk is het in Sada niet gelukt om er iets aan te laten doen, de werf had dit weer uitbesteed aan een metaal specialist maar die had geen 32 mm RVS pijp dus uiteindelijk heeft ie in 3 dagen precies niks gedaan. Vervolgens nog weer bijna een dag om je spullen terug te krijgen zodat we weg kunnen. Je mot geen haast hebben blijkt maar weer. Enfin, met een iets naar links gebogen preekstoel kunnen we ook prima varen en het zit helemaal niet in de weg. Op zee zijn we het snel vergeten; het is prachtig weer en zoals gezegd schiet het lekker op. Dat moet ook wel, want dit is een onherbergzame kust met verraderlijke rotspartijen en niet elke 10 kilometer een haventje.

We kunnen meteen om de hoek stoppen, maar gezien het mooie weer varen we nog één ria verder waar we in de eerste baai gelijk maar ankeren. Tweehonderd meter verder spelen er nog kinderen op het strand en in zee. Het geeft een grappig vakantie-gevoel. We gaan snel eten en genieten van de rust. Later op de avond draait de wind opeens 90 graden en krijgen we opeens wind en golven in de ankerplaats, maar het komt vanuit de ria dus de golven zijn niet hoog. We slapen er niet minder om.

De volgende dag sta ik, zoals gebruikelijk op vaardagen, met donker nog op en zijn we als Ella wakker wordt al een flink aantal uren onderweg. Vandaag varen we naar de baai van Baiona. Daar ben ik al met een delivery voor KM geweest en met Marion. Een leuke plaats in mijn herinnering. Ditmaal gaan we ook hier ankeren: het is prachtig rustig weer met zon en niet veel wind. We kiezen een plekje aan de noordkant van de baai. Oh, hier kunnen we mooi alleen liggen. BANG! Een rots! Ah, vandaar dat hier niemand ligt. We gingen niet hard dus er is geen schade. Omdat de nieuwe kaartplotters nog geen vooruitkijkende sonar ondersteunen moet ik om dat aan te zetten de oude kaartplotter gebruiken, en dat was er even bij ingeschoten. Voortaan toch maar weer doen! Vervolgens ankeren we dan bij wat andere boten, waaronder een Nederlandse Madeira 47, een kleiner zusje van de Merrimac. Even zwaaien maar tot een gesprek is het niet gekomen, ook al omdat Ella en ik na de drukke tijd in Sada — Machiel en Liselotte van de Pitou, Marion een weekje op bezoek en aan het eind kwam Pelagia ook nog een dagje — wel even uitgesocialiseerd waren. Lekker even met z’n tweeën!

‘s Avonds kijken we een film op de geweldige nieuwe projector. Omdat de watermaker in de TV kast geplaatst is moest er een andere oplossing komen, en ik heb een zogenaamde “slaapkamerprojector” van BenQ gekocht. Deze heeft zelfs een accu, dus je kunt hem draadloos gebruiken, en als je hem verstelt of verplaatst projecteert hij eerst een test scherm aan de hand waarvan hij niet alleen scherp stelt maar ook het beeld recht trekt als de projector schuin voor de wand, plafond of scherm staat. We gebruiken gewoon de voorkant van de oude TV kast; na 5 minuten zie je de extra randen en de knoppen om de kast te openen niet meer. Het beeld is haarscherp en veel groter dan de oude, en het ding is gewoon een Android TV met Netflix en NL Ziet apps, dus eigenlijk is het een enorme vooruitgang.

De volgende dag lanceren we voor het eerst de bijboot, takelen het 15 PK motortje er aan en blazen met hoge snelheid naar Baiona om daar te gaan lunchen. Na wat twijfelen kiezen we een gezellig restaurantje waar we op een smal tafeltje in een smal straatje heerlijk buiten eten. Het weer is perfect, 24 graden en strak blauw. Alhoewel ik al weken weer meer last heb van mijn knie, gaat het nu we weer veel op zee zitten snel beter door de rust en ben ik voldoende hersteld om te eindigen met een wandeling rond het oude fort. Het fort zelf is vooral een Parador dus daar kan je niet in. Paradors zijn Spaanse staatshotels die in historische gebouwen gevestigd zijn, op deze manier is er toch genoeg geld om de huizen en kastelen te bewaren. Na de wandeling een ijsje en terug naar de boot. Vervolgens varen we met de boot weer terug om nu vlak bij de jachthaven van Baiona te ankeren, want daar was de deining een stuk minder. Daar aangekomen valt Ella een rookpluim op: een bosbrand. Hoogstwaarschijnlijk ontstaan door het afsteken van vuurwerk voor de viering van de verjaardag van een of andere heilige, of een dorpsfeest? Al snel vliegt er een helicopter rond die met een grote waterzak het vuur snel weer onder controle krijgt.

De volgende dag alweer vroeg op, Portugal roept! Onderweg gereserveerd voor de jachthaven op de Douro, de rivier waar Porto aan ligt. Ook hier ben ik twee keer eerder geweest maar het is leuk om het Ella te laten zien. Porto en de Douro zijn prachtig! Omdat we net voor zessen arriveren hoeven we pas de volgende ochtend de administratie bij de havenmeester te doen en nemen we snel een biertje bij het cafeetje op de haven. Wat is het hier toch druk!? Het blijkt dat het jeugdwereldkampioenschap “29er” zeilen hier plaatsvindt. 200 boten, 400 jonge zeilers (m/v) uit de hele wereld. We zitten naast twee Californische ouders, die zoals zo vaak nogal bij Amerikanen, nogal bijzondere opvattingen blijken te hebben. We blijven vriendelijk en nemen snel afscheid.

‘s Avonds eten we in Afurada, het dorpje vlak bij de jachthaven, bij een zeer authentiek restaurantje waar een groep lokale mannen een biertje zitten te drinken. Hun kledij jaagt de toeristen blijkbaar een beetje weg want we zitten tussen allemaal Portugezen. De buren blijken een beetje Frans te spreken dus in gebroken Frans kom ik er achter dat hij al 20 jaar in Frankrijk werkt, voor het geld, en dan genoeg spaart om één maand per jaar thuis in Porto de bloemetjes buiten te kunnen zetten. We eten hier krakend verse sardines en lulinhas (kleine inktvisjes) van de BBQ. Niets er op behalve wat zout maar het smaakt werkelijk voortreffelijk. We hebben per ongeluk van beiden een volle portie besteld en dat blijkt wel wat veel van het goede, maar we krijgen het op!

Lulinhas links en Sardines rechts

De volgende dag ga ik klussen en stuur ik Ella de stad in. Er moet namelijk een minder fris werkje gedaan worden; de zwartwatertank waarin de afvoerstroom van de WCs in uitkomt stinkt al een tijd en de pomp slaat vaak af. Terwijl Ella door een smoorhete stad allerlei bezienswaardigheden ontdekt en later met enthousiaste verhalen terugkomt, duik ik onder het grote bed en onderhoud de pomp. Jawel, behoorlijk verstopt met haar en andere viezigheid die niet wil oplossen. Grappig genoeg stinkt de waterstroom zelf helemaal niet zo. Eenmaal klaar snel onder de douche en wat leukere dingen doen, incl. een wasje draaien. Als Ella terugkomt is het net klaar en hangen we het snel op. Ella was wat verhit: niet alleen 15000 stappen gezet maar ook haar portemonnee laten liggen in de kerk. Gelukkig zat er een tracker in en kon ze achterhalen waar ze hem had laten liggen; daar aangekomen riepen de dames al “we have your wallet!” Eind goed, al goed.

Wat ook weer opvalt na Spanje is hoe anders de Portugezen zijn. Ze praten niet zo luid, spreken over het algemeen prima Engels of anders tenminste een woordje of wat, en zijn ook genegen om wat tegen je te zeggen. En ze eten niet zo idioot laat! ‘s avonds eten we in een wat luxer restaurant waar de prijzen voor ons meevallen maar je wel verder alleen de beter gesitueerde Portugees ziet. Alweer fantastische verse vis, dat kunnen ze hier heel goed.

De volgende dag heb ik een reisje met de bus en een passagiersboot geboekt. We rijden eerst met de bus 100 km naar het oosten, en in Regua stappen we op een boot waarvan er precies twee in de sluizen op de Douro passen. Vervolgens varen we in zo’n zes uur weer terug naar Porto. Met Marion hebben we dat ook gedaan en was het heerlijk. Vandaag in principe ook, maar het is een hittegolf dus het is 40 (!) graden aan boord. We zoeken al snel een plekje binnen om uit de moordende zon te blijven. Na de lunch blijven we beneden in de eetzaal hangen; helemaal achterin hebben we prima uitzicht en het koelste plekje. Pfff! Bij de lunch zeg ik tegen Ella: zo nu en dan klinkt dat Portugees bijna Duits, wat bijzonder. Als Ella even naar de WC is fotografeert de buurman een extravagant groot huis. Zou er een bekende voetballer wonen of zo? Gevraagd, nee, het huis viel alleen op. Maar wat blijkt: ook dit Portugese echtpaar werkt al jaren in het buitenland, Oostenrijk in dit geval. Ook weer voor het geld. Later hoor ik van de havenmeester dat de gemiddelde Portugees zo’n 1300 euro per maand verdient. Dat is geen vetpot want het prijspeil ligt op 70 tot 100% van het Nederlandse.

Uitzicht op de Douro vanuit de toeristen boot

Op de laatste dag in Porto doen we weer het gebruikelijke bezoek aan een Port-huis. Toch maar weer voor Churchill’s gekozen; dit is het enige Engelse onafhankelijke port huis (lodge). Er zijn er nog twee Portugese, en alle andere, incl. alle bekende namen als Kopke, Grahams en Taylors zijn al jaren in handen van grote internationale concerns. Churchill’s bestaat sinds 1981, dus deze keer hadden ze nu ook 40 jaar oude vintage port. Gezien de prijs hebben we die maar overgeslagen! Dit keer vijf dozen gekocht dus hun dag was weer goed, we kregen dan ook 20% korting. ‘s avonds hebben we na een warme lunch met Francesinha (letterlijk: klein frans vrouwtje, de lokale versie van “kapsalon”: brood, vlees en kaas in een tomaten-bier saus) en het port proeven helemaal geen puf meer en slaan zelfs het avond eten over.

Churchill’s vier vaten voor ruby en vintage port, 35000 liter elk

Gisteren zijn we dan weer uit Porto vertrokken en omdat we eerst moesten uitklaren bij de havenmeester konden we niet vroeg weg. Hier blijkt wel een nadeeltje van deze haven: het is behoorlijk aan de prijs, ruim over de € 100 per dag. Gelukkig wezen ze er bij aankomst op dat je 15% korting krijgt met als je lid bent van een paar verenigingen, dus als de weerga weer lid geworden van Sail The World (stw.fr) om het nog een beetje te drukken. Dat lidmaatschapsgeld was er met 4 dagen dus al weer ruim uit!

Na een dagje motoren (geen wind) hebben we vannacht geankerd in de lagune van Aveiro. Daar lagen we werkelijk heerlijk rustig, alleen wat speedboten met mannen die freedivend op de bodem naar schelpen aan het jagen waren. Wel veel stroming, zo veel dat bij de eerste kentering het anker niet meteen weer hield. Dat komt niet vaak voor, meestal is onze Ultra 60 binnen een meter weer vast.

Vandaag maken we weer een langere stap, naar Peniche. ‘s ochtends net als gisteren slecht zicht en geen wind, nu om vier uur is de zon er al een tijdje uit en is het een pietsje gaan waaien dus kan de fok bij. Dolfijnen ook nog, dus weer een prima dagje.

4 Replies to “Spaanse rias en Porto”

  1. Leuk om zo mee te lez/ven met jullie heerlijke reis! Hopelijk knapt je knie op.
    xx

  2. Wat een mooi en interessant verhaal zeg !
    Heerlijk dat jullie het zo naar jullie zin hebben .
    Heel veel succes verder en geniet ervan .
    Veel liefs Maatje 🥰🥰🥰

  3. Prachtig verslag weer Kees! Fijn om zo een beetje met jullie mee te varen. Die visjes zagen er wel heel aantrekkelijk uit!
    Fijne tocht verder!

  4. Ik heb jullie eindelijk gevonden!
    Pracht verslag. Ik ga het weer bij houden.
    Goede reis!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.