Goto eilanden en Nagasaki
Zoals ik al schreef als einde van het vorige bericht ging ik “schuilen” in Kamigoto Umi , in een zeer beschutte baai die je vanaf de zuidkant moest aanvaren. Dat was eigenlijk spannender dan normaal. Tegen de tijd dat ik daar aankwam was de wind al goed toegenomen op zee, en die hoek blijkt heel veel stroming te hebben. Dus nare golfslag, van opzij en dan op de motor… De boot ging zeker 60 graden heen en weer. Dan tussen een eilandje en de wal door, en opeens …. volledig blak water. Dan nog een paar keer zig-zaggen tussen uitstekende stukjes eiland heen, nog twee hoeken om en je bent in een verrukkelijk stukje water wat echt ook Tyfoon vast is denk ik. Niet dat het zó hard woei, maar toch. Het aanleggen aan hoger wal is wel even lastig zonder boegschroef, ook omdat ik de motorhendel opeens in mijn hand heb. Maar eens zorgen dat die niet zomaar los kan. Gelukkig is er een vriendelijk oud mannetje die iemand wil ophalen van de veerboot bereid even een lijntje om de paal te leggen. Weer iemand blij gemaakt met onze klompjes.

Aangelegd aan de niet gebruikte kant van de veersteiger, iets dat we al vaker gehad hebben. Betalen bij het veerboot kantoor. Drie of vier dames die allemaal dingen aan het doen zijn op de computer. Ik ben van de “Yotto” (= Zeiljacht) en met behulp van Apple translate komen we er uit. Omdat het wel een hele week blijft waaien vraag ik voor 9 dagen. Geen probleem, dat kan. Dat is dan 1700 ¥ meneer. Dus voor € 9,44 lig ik 9 dagen. Waarom ze de moeite nog nemen vraag je je af. Verder zijn ze heel vriendelijk, ik mag afval weggooien (zeker geen standaard) en ook walstroom of water, maar dat heb ik niet nodig. In de loop van de week komt er ook nog een veerboot werknemer een stootwil terugbrengen. Hartelijk dank.

Na een regenachtige dag ga ik op de 3e dag eens op stap met het elektrische stepje. Helaas is de accu van deze ook al weer slecht, en kan je zo gauw het helling op is beter lopen. Na 5 km wandelen/steppen kom ik aan de andere kant aan waar de golven behoorlijk hoog zijn en het inderdaad nog steeds waait als een tierelier. Hier is een heel grappig lunch restaurantje waar ik een heerlijke visburger met patat eet. Wel even welkom na zo lang op de boot gekookt te hebben. Nog even boodschappen gedaan in een supermarkt en weer terug. In de supermarkt, zelfs op dit kleine eilandje, ook weer de heerlijkste lokale verse vis klaargemaakt, dus lekkere sashimi mee. Nog steilere hellingen via de andere route terug, dus de sport zit er voor vandaag weer op. En het is nog steeds 30 graden, dus je zweet je een otter. Gelukkig staat er net na de heuvel een drietal drank automaten, zoals overal in Japan. Met een heerlijke ijskoude café latte is het leed alweer geleden.

De volgende dag probeer ik het weer met het stepje. Er is ook wel een bus, maar die gaat niet zo vaak en de laatste is om zeven uur ’s avonds. Halverwege doet de achterband weer plop. Potverdorie, alweer. Vorig jaar dat ook gehad en toen van Youtube de video van de fabrikant gevolgd waarin ze het simpele 38 stappen plan voordoen hoe je de achterband kan plakken. Grrrr… In Nagasaki maar weer eens een vouwfietsje kopen!
De volgende dag loop ik naar een lokaal katholiek kerkje. De Goto eilanden zijn het meest christelijk van alle gebieden in Japan. Da’s de schuld van de Portugezen die hier al heel vroeg aankwamen in het zuidwesten. Na wat gedoe zijn ze er toen uitgegooid omdat ze teveel probeerden te catechiseren, en mochten alleen de Nederlanders blijven. Zo’n tweehonderd jaar was het helemaal verboden en ging de kerk ondergronds. Toen het eind 19e eeuw weer mocht zijn er hier overal kerkjes gebouwd. Ze zijn niet heel bijzonder mooi of zo, maar het verhaal is natuurlijk wel fraai, en het lijkt er op dat het ook nog steeds goed bloeit. Het kerkje dat ik bezoek is nu in gebruik als lesruimte, omdat er naast een grotere nieuwere kerk is gebouwd.

Ik breng de week door met software schrijven en analyse doen aan de boegschroef. Ook deze Vetus laat ons weer in de steek zoals de oplettende lezer al weet. Via Eeuwe in contact gekomen met de service afdeling en krijg zowaar goede respons, en een hele vragenlijst. Ik trek de code zero uit het luik om bij de boegschroef te kunnen en begin te meten. Na een paar dagen heen en weer hebben beide partijen een gezamenlijk idee wat er aan de hand is. Ze sturen onderdelen naar Harlingen en die kan ik dan volgend jaar bij terugkomst monteren. De service is nu in ieder geval prima dus.

Op de volgende zaterdag is de wind minder en kan ik verhalen naar de andere kant. Weer aan de binnenkant van de veerbootsteiger. Veel minder landschappelijk mooie plek, maar wél aan het dorpje. Ik had minstens 15 restaurants op Google Maps geteld, dus het water liep me de hele dag al in de mond. Hier betaal ik via de agent, in het weekend is het kantoor dicht en is betalen te moeilijk. Nog geen uur later loopt er een zeilboot binnen, varend onder de Maleisische vlag. Dat is bijzonder? Ik ga tegen borreltijd natuurlijk even “Koenen” en het blijkt een stel waarbij hij 5/8e chinees is en uit Australië komt, en zij is wat jonger en half chinees/maleisisch. Shane biedt gelijk een biertje aan. We kletsen wat en gaan daarna met z’n drieën uit eten. We komen terecht in een héél bijzondere tent, nou “eklektisch” is nog niet voldoende om het interieur en de eigenaar te beschrijven. Zeer goed engels, maar hij zit in een stoel met rolwieltjes en schuift zo nu en dan even aan. Het menu is maar eenvoudig, en later blijkt het eten ok te zijn, meer niet. Nederlands eetcafé niveau, zo heb ik het nog niet meegemaakt. Maar wat een grappige vent. Aan het einde kan ik ook wel wat walvis vlees proberen. Dat is natuurlijk niet in de haak volgens Nederlandse normen, maar ik wil het wel een keer proberen. Ok, dat kan je dus ook overslaan. Taai en niet erg lekker.

De volgende dag bekijk ik met Shane het lokale walvismuseum en gaan wij weer uit eten. De vriendin blijft thuis. Nu ook weer vriendelijk personeel en lekkere vis, maar niet heel bijzonder.
De dag erna ga ik al weer naar Nagasaki. Wéér komt er wind aan namelijk, en ik weet dat je in Nagasaki wél heel lekker kan eten. Weer via Mari van Kirk/Konpira geregeld. Ook hier weer: zelf betalen kan eigenlijk niet. Je moet van te voren de boot bij een kantoortje aanmelden en achteraf ook weer persoonlijk langs om te betalen. Konpira heeft hier een lokale medewerkster voor die vlakbij woont en dit regelt. Heel fijn. Ik moet aan een kade, want boten > 50 voet mogen niet in het minieme jachthaventje. En boten kleiner dan 50 voet mogen niet aan de muur. Ik krijg een stuk toegewezen per email, dus daar moet ik aanleggen. Dat valt bij aankomst nog niet mee, het is laag water en de bolders zijn enorm. Na drie kwartier lig ik eindelijk lekker aan 5 landvasten en met 2 planken en 4 stootwillen. Omdat het springtij is gaat het 2,5 meter op en neer, bij hoog water is de kade zo laag dat de planken en stootwillen bijna op het water moeten liggen. De volgende dag vraag ik Mari of ik verderop mag liggen, en zowaar het mag. Hier lig ik prima: de kade is hoger en veel minder last van de deining van de veerboten. Het is aan het park van het kantoor van de hele prefectuur Nagasaki, daarachter is een drukke weg en dan het Japan Rail treinstation. Dat is mooi: een groot station in Japan betekent veel restaurantjes die (ook) ingericht zijn op de solo-reiziger. Ik eet drie dagen lang verrukkelijk; verse vis, Italiaans, steak, allemaal lekker.

De tweede dag neem ik de bus naar een buitenwijk, waar de enige echte fietsenwinkel van deze stad van zo’n 400.000 mensen is. Gelukkig heeft hij één vouwfietsje in de aanbieding. Iets duurder dan gepland, maar daardoor is het wel extra stevig en met 10 versnellingen. Ik vlieg over de weg terug naar de boot, wat een heerlijk dingetje. Héél simpel: geen spatborden of vouwende trappers, alleen super lekker fietsen. Wel is de maat Japans, zal ik maar zeggen. Het voelt een beetje of ik op een BMX zit.
Op de tweede dag word ik in de kuip ’s avonds opeens aangesproken in het Deens Engels. Jakob en zijn dochter Selma zijn op de fiets een rondje aan het maken. De derde keer al dat ik hem tegen kom! We eten bij het station, worden door het personeel er uitgegooid want ze willen sluiten. Aan boord nog een borreltje. Grappige kerel, maar zoals ik eerder al zei hij wordt door de Japanners wel echt als Gaijin gezien want hij neemt de regels met een korreltje zout. Niet de bedoeling hier.
Op de derde dag word ik in de kuip ’s avonds opeens aangesproken in het Nederlands. Hugo, Adrie en hun kinderen staan op de wal. We hadden pas de volgende dag afgesproken, maar ze zagen de boot liggen en dus maar even langs … we gaan dan dus maar gelijk uit eten in het station. Helaas dit keer net iets minder spectaculair goed, zal je altijd zien. Ze verhalen over hun vakantie, drie weken Japan dus het moet in een snel tempo. Ook zij vinden Japan heel fijn en interessant. De volgende dag lunchen we bij het atoombommuseum wat we daarna ook bezoeken. Indrukwekkend. Terug in de tram een “Gaijin” (buitenlander) momentje van de auteur: ik stond in de overvolle tram zodanig dat de deur niet open kon, de machinist riep om “Gaijin San” (geachte buitenlander) maar ik begreep het niet, dus ik werd door Hugo en Adrie gesommeerd een stap naar achteren te doen. Dan neem ik ze mee naar de boot en vervolgens naar het Chinese restaurant dat de lokale specialiteit “Champon” noodles heeft uitgevonden; hier had ik heel leuk met Marion en Ella gegeten. Helaas, het is al kwart over zeven en dan is het al weer dicht. Dan maar weer op de bonnefooi. We kiezen er op goed geluk een, de rijstkoker is kapot maar diverse dingen zijn heel lekker, andere weer iets om niet te herhalen. Veel te snel is het al weer tijd om afscheid te nemen; zij moeten verder en ik terug. Want, jullie raden het al, de volgende tyfoon (nummer 25 van dit seizoen) komt er al weer aan en ik heb geen zin in tegenwind.
De volgende dag vroeg op, beetje brak, en weer geen wind. Halverwege begint het wel wat te waaien dus kan ik motorzeilend naar de Goto eilanden terug. Ik kies na wat twijfelen weer voor een ankerplek, op het eiland Hisaka waar denk ik nog 200 of minder mensen wonen. Ook hier zal ik weer een dag of 5 moeten liggen voor de wind weer weg is. Het is hier óf windstil óf windkracht 6+ aan de wind. Tja.
Nu lig ik al weer voor de tweede volle dag in een prachtige baai, eerst op een plekje waar de wind nog wel wat vat had op de boot maar nu op het tweede plekje echt heel fijn. Gisteren en eergisteren was het helemaal bewolkt, maar nu zit ik dit buiten in een Nederlandse wolkenhemel te tikken. Temperatuur 23 graden, super.

Ik lig op de kaart boven net boven Roya. Jullie zien het, ook hier weer allemaal katholieke objecten.
Hoi Kees,
Wat een bijzondere plek weer waar je nu ligt. Het lijkt me zo raar na alle drukte in de Carieb, waar het soms een beetje zoeken is naar een ankerplek nu alle ruimte te hebben.
En na heel veel plekjes om te “Koenen” nu hopen op een boot of ander bezoek voor een beetje aanspraak.
Fijn dat je weer een goed fietsje hebt gevonden, ik zie het al helemaal voor me 😁