De Japanse “binnen” zee
Van 15 juli tot en met gisteren 13 augustus hebben Marion, Ella, Arnold en ik voor het eerst in jaren weer eens met z’n vieren tegelijk op de boot gebivakkeerd. Arnold is tot na Ella’s verjaardag gebleven en toen via Korea weer naar huis gegaan.
De dames hebben op Polarsteps een gezamenlijke reis aangemaakt, waar je van dag tot dag kan volgen wat we doen. Als ik het teruglees, zou je haast zeggen dat het vier weken lang elke 2 dagen weer “Groundhog Day” was. Dat heeft wat achtergrond informatie nodig. In Europa, maar ook daarbuiten, zijn zeilers namelijk gewend heel erg op de bonnefooi te varen. Je vertrekt wanneer je zin hebt en komt dan daarna ook aan wanneer je wil. Dan zoek je een vrij plekje, of als het tijdens kantoortijden is, meld je je bij de havenmeester. In Nederland maar ook Scandinavië is reserveren niet gebruikelijk of zelfs maar mogelijk. We stapelen immers de passanten door tot er letterlijk van de ene kant naar de andere kant gelopen kan worden. Met onze wat grotere boot heb ik tegenwoordig wel een gevoel waar reserveren wel nodig is. Vanaf de hoek van Lissabon naar beneden bijvoorbeeld: de jachthavens zijn vrij vol en hebben weinig plaats voor passanten, of die plaats wordt al ingenomen door mensen die als passant begonnen zijn maar toch zijn blijven liggen…
Zo niet Japan. Zelfs de interessante Umi no Eki vragen vaak om minstens drie dagen van te voren reserveren; wauw. En dan ook nog in het Japans liefst. En waar moet je dan precies zijn? Dat valt ook vaak nog niet mee. In de wat meer rauwere plekken meer aan de “buitenkant” zou je het nog wel kunnen gokken, maar wij hadden maar een maand voor een gebied waar je makkelijk jaren kan doorbrengen. Er is slechts één, summiere, vaarwijzer. Dus hebben we aan Kirk Patterson, onze agent, gevraagd een leuke route uit te stippelen. Het ritme was dus als volgt: Kirk stuurt ons een of twee dagen van te voren details over waar we nu weer naar toe varen. Daarin staat hoe we globaal moeten varen, omdat we niet onder lage bruggen passen hier en daar significant omvaren. Verder een plaatje waar we moeten aanleggen, en bij welk hotel of VVV we het havengeld moeten voldoen, etc. Maar ook: hoe laat we weg moeten en hoe laat we verwacht worden. Na een paar keer hadden we door dat dit niet voor niks was: staan er al een half uur mannetjes op de steiger op je te wachten… Oeps. Dan, omdat het 35 graden in de schaduw was, even uitrusten onder de Bimini van het aanleggen, windje opzoeken als dat er was, tukje doen, en dan het dorpje in voor een drankje en eten. Volgende dag naar de (meestal aanwezige) bijzondere plek(ken) van het eiland, en dan weer hapje en drankje, om de volgende dag naar weer een volgende haven te gaan. Op deze plek zijn we op de volgende eilanden en havens geweest:
- Mitarai (alleen een lief dorpje)
- Ohmishima (prachtig heiligdom met altaar, met twee musea)
- Onomichi (toerististischer stadje met kabelbaan voor prachtig uitzicht, 50 altaren en een (dicht) museum)
- Nio Marina (auto gehuurd en naar Naruto Strait gaan kijken)
- Kurashiki (met ferry naar eilandje met strand en micro bierfestival)
- Naoshima (eiland helemaal vól met musea en kunstwerken gewoon op straat)
- Takamatsu (grote stad met museum met oude huizen)
- Kusakabe, Shodoshima (steengroeves, auto rondrit)
- Kitaura, Shodoshima (steengroeve museum)
- Shiraishi (strand met Hawaii-bar, helaas kwallen en bar dicht. Japanse bar wel open, brachten ons zelfs naar huis met hun auto)
- Yuge (Umi no Eli met veel faciliteiten, zelfs afval voor 30 yen per zak)
- Kazu, Kurahashi (Jonathan kwam Linda installeren, beste strand van allemaal, leuke musea)
- Agenosho, Suo-Oshima (rondrit door ecologische boer, vriend van Kirk)
- Otsushima (museum over Kaiten, kamikaze-onderzeeboten)
- Chudo (ankeren)
- Shin-Moji Marina (ankeren, pre-positioneren voor Kanmon Strait)
Een hele rij dus. Er zat een grotere stad bij, Takamatsu, waar ook een vliegveld was met een verbinding naar Seoul, dat kwam goed uit voor Arnold want die wilde via een vriend in Zuid Korea terug naar huis. Hier stond een heel gezelschap op ons te wachten want we lagen aan een nieuwe kade bedoeld voor superjachten. We zijn waarschijnlijk dus het kleinste jacht wat daar ooit gaat komen, het lag ook maar matig met onze lengte. Helaas waren we te groot voor de jachthaven, en jullie beginnen het al te merken, als de grens is 15 meter dan is de grens 15 meter en kom je er met 17 meter dus niet in in Japan.
De mensen zijn over het algemeen erg vriendelijk en ook behulpzaam van aard, conflict is hier niet echt de bedoeling en de manier waarop dat werkt is simpel: iedereen houdt zich aan de regels. Als je op pad gaat neem je dus je afval weer mee naar huis. Dat dit op de meeste Umi no Eki ook zo is, is voor ons minder handig — we kunnen moeilijk alles opsparen en dan mee het vliegtuig in. Dus je moet je wel een beetje aanpassen. Onderweg kwamen we twee keer (in Hiroshima en Naoshima) een Deense boot, “Thor”, een Garcia 52, tegen die het anders doet: hij doet gewoon of hij in Europa is. Hij lag dan ook op ons plekje in Naoshima. Aangezien er daar maar plek is voor twee pleziervaartuigen, hem vriendelijk doch beslist gezegd dat wij gereserveerd hadden. Maar je mag wel bij ons langszij. We lagen nog niet vast of er kwam een héél boze mevrouw van de VVV, met de armen gekruist (het symbool voor “nee”, “nee” is “ie” in het Japans maar dat hoor je dus niemand zeggen, dat is onbeleefd) en “no possible”, “go away”. Hij droop dus af. Probeer het eens aan de andere kant van het eiland, tipten wij hem. Daar kwamen we dezelfde boot de volgende dag inderdaad tegen. Interessant verhaal, maar hij vond een agent maar onzin. Tja. Maar hij had ook niet door waarom je naar Naoshima moet: de vele kunst-musea. Wij waren daar bij onze vorige vliegtrip naar Japan door Diederik op geattendeerd, werkelijk heel fraai en op een bijzondere plek. Omdat het hoogzomer was en dus te heet was het zelfs mogelijk om kaartjes te kopen 2 dagen van te voren. Dat had zelfs Kirk niet verwacht.
Ook door de hitte, denken, we, was het overal erg rustig. Niet alleen in de dorpjes, maar ook op de steigers. We zijn in totaliteit nu 3 motorboten, 3 zeilboten en één Deen tegengekomen. En ontelbare vissersbootjes, die heerlijk in de weg liggen. En dan vaar je er omheen dan gaan ze net op dat moment met een rotvaart er vandoor. Er zijn wel trawlers maar de meeste zijn half-glijders met behoorlijk luidruchtige grote Yanmar diesels. Sowieso heel, heel veel vrachtvaart met kleine en grotere coasters. Veel nog met plok-plok-plok diesels. Toeristen zie je maar op een paar plekken, wij vooral in Onimishi en op Naoshima. Daar zaten we zelfs in een restaurant met andere nederlanders, en kwamen we er nog meer tegen! Verder veel Japanners, Chinezen en Koreanen. Europese toeristen kom je in deze gebieden niet veel tegen dus.
Wij vonden het landschap heel aantrekkelijk, een soort tussen Noorse fjorden en Zweedse eilandjes in, met beter en goedkoper eten. Dat laatste is wel een ding hier: nog nooit een volk gezien dat zó om eten geeft. Zelfs de Fransen zijn er amateurs bij. Alhoewel zij dan wel weer wat met Frankrijk hebben, overal “franse” cafés maar dan wel met noedels, of iets anders Japans te eten. We hebben nog niet één keer vies gegeten, wel had ik een keer een vies glas maar de mevrouw die ons bediende viel bijna uit elkaar van de reuma, en ze kon de glazen eigenlijk niet goed tillen, geen woord Engels, dus ik heb het maar zo gelaten. Het bier was wel lekker…
Verder kom je allerlei staten van onderhoud en verval tegen. Van ultra modern, met de bekende wc’s met ingebouwde bidet functie, tot nog een “gat in de vloer”. Maar zelfs als het oud en aftands is, wordt het meestal nog wel super schoon gehouden. Oude bezems naast een huis? Ja, maar dan wel netjes in gelid opgesteld. Heel veel scheepsbouw, van ook echt grote containerschepen ook, maar ook tientallen kleinere en grotere werven. De dorpjes lopen leeg, dat merk je wel: iedereen die jong is trekt naar de stad, voor een kantoorbaan (en krijgt te weinig kinderen, dus de bevolking krimpt…)
Momenteel fluctueert de Yen een beetje tegen de Euro, maar wij rekenen met 180 ¥/€ en dat levert voor ons een heel aantrekkelijk prijspeil op. Een flesje fris in de drankautomaat (staat hier elke paar honderd meter) kost ¥ 150-200, dus max € 1,10. Een flink glas bier in een restaurantje ¥ 600 = € 3,30. Een “set menu” (volledig menuutje) voor de lunch ¥ 1500 = € 8,16. Liggeld voor onze 56 voeter varieert tussen gratis, vaak ¥ 4000 = € 14,63. In Hiroshima was het wel “Europees” prijspeil, € 55 per nacht.
Verder is vorige week dan eindelijk Linda geïnstalleerd, de nieuwe hydraulische cylinder. Jonathan bleek een Amerikaanse “handige harry” die in oplossingen denkt. Woont op het eiland waar we waren, heeft daar samen met z’n Japanse vrouw een huis gekocht voor € 1900 … en er nu maar gelijk twee bijgekocht, voor verhuur aan toeristen. Drie huizen voor € 10.000,-
Ter afsluiting nog wat sfeer-foto’s…


















