Bonaire en Aruba

Oeps, ik was van plan wekelijks iets te plaatsen maar ik zie nu dat ik een weekje overgeslagen heb. Dat komt gedeeltelijk omdat ik voor mij bekend terrein vaar — na de eerste Corona lockdown ben ik 3 maanden in Aruba en 3 maanden in Bonaire geweest — maar ook omdat het best druk was met “landrotten” aan boord.

Terug naar het begin, we kwamen dus goed in Bonaire aan zonder iets van spanning gemerkt te hebben. Geen laag overvliegende straaljagers of zo. En het stationsschip van de Koninklijke Marine lag lekker aan de kade in Bonaire, dat doen ze ook vast niet als er hommeles is.

De marine vaart weer verder

Wij lagen dus weer op het mooring veld. Dat werkt als volgt, je vaart naar een dubbele boei toe waar je vervolgens aan elke boei een eigen lijn doorheen moet zien te halen. Dat ging niet helemaal soepel ook omdat ik begreep van Abbie dat hij matroos was. Dat bleek er eentje zonder strepen te zijn; mijn schuld — ik had beter moeten doorvragen. Bij een tweede poging lukte het Arnold wel om een eerste lijn aan boord te krijgen en daarna lukt de tweede ook wel. Het duurde even maar we lagen. De prijs was een aantal jaar geleden van $10 USD naar $35 USD gegaan dus ik was verrast dat er nog zo veel boten lagen. Bij nader inzien bleek dat te komen omdat er nu veel meer lokale boten lagen en het aantal mooring boeien verminderd was.

De dagen daarna hebben we rustig aan gedaan, Abbie had last van zijn schouder door een val tegen een wand tijdens een schuiver van de boot op zee. Hij wilde zo graag duiken maar helaas zat dat er niet in. Hij wilde zo graag helpen dat hij meldde dat hij alle keuken activiteiten voor z’n rekening ging nemen. Dat lieten Arnold en ik ons geen twee keer zeggen! Later bleek dat hij dat gedeeltelijk net zo invulde als wat wij thuis zeggen als “Papa kookt”: we gingen uit eten!

Arnold heeft hier ook gezwommen, en dat zegt wat want hij heeft ergens een keer een angst voor haaien opgelopen. Een onredelijke angst, dat weet hij zelf ook wel, maar je zal het maar hebben. Gelukkig was op Bonaire het water zó helder dat zelfs met zijn slechte ogen hij z’n brein kon overtuigen dat er niks zat. Dat was maar goed ook, want het was weer de gebruikelijke 27 graden bij bewolkt weer en 30 graden als de zon scheen (meestal het laatste in het begin.) Daarna was het al weer tijd voor hem om terug te vliegen. Er lijkt geen geluk te zitten op Arnold en terugvliegen uit de ABC eilanden. Ik had een full price business klas ticket voor hem geboekt voor zondag avond met de KLM. Edoch, wegens het slechte weer in Nederland (sneeuw en kou) was het geplande vliegtuig niet beschikbaar en werd hij teruggezet naar economy. Je kan dan het prijsverschil wel terugkrijgen, maar hij past gewoon niet in een economy stoel. Net als veel andere bedrijven is het aan de lijn krijgen van een mens tegenwoordig lastig, en via andere kanalen zoals Business WhatsApp wordt eenvoudigweg niet gereageerd anders dan een chatbot die ook niks kan. Gelukkig had Abbie een Platinum account overgehouden van 20 jaar in het buitenland werken, en de mevrouw van de helpdesk heeft hem fluks omgeboekt naar een dag later. Toen hadden we ook net de laatste huurauto van het eiland bemachtigd, dus het wegbrengen was ook een stuk makkelijker.

Flamingos bezig met garnalen eten

Met Arnold en Abbie konden we dus nog één dag over het eiland toeren en heb ik hun de highlights van Bonaire laten zien: recht omhoog vanaf Kralendijk, langs de dure huizen van de nieuwe nederlanders, langs de bekendste snorkel en duik sites, langs het meer in het nationale park waar we flamingos gespot hebben, langs het inheemse dorp Rincon, langs de oostkust terug naar Kralendijk en daarna een slinger langs de zuidkant: lunchen bij Sorobon, waar de (wing en gewone) surfers vlak voor je over de lagune heen en weer schieten, vervolgens via de zoutvlakten en de kust weer omhoog langs de kite surfers en via het vliegveld terug naar Kralendijk.

Helaas was de sociale scene onder de zeilers bijna afwezig, er waren blijkbaar weinig bekenden van elkaar en ook weinig ontmoet. Dat is buiten de jachthaven makkelijk te zien door te kijken waar de bijbootjes liggen. Ik heb er maar één iemand (weer) ontmoet, Wolfgang. Hij is hier blijven plakken sinds ik hem samen met Uli hier in 2020 ontmoet heb. Apartement gekocht, vergeten de boot te verkopen toen na Corona de prijzen hoog waren en nu zit hij een soort van “vast” hier. Geen zin om solo verder te varen, en het is heel prettig op deze eilanden. Maar ik zou gek worden op zo’n klein eilandje.

Wolfgang komt op bezoek

Na een paar dagen met Abbie alleen aan boord gezeten te hebben kwam Brigitte, zijn vrouw, ook aan boord. Van haar wist ik wel dat ze niet bekend was met zeilen. Geeft niet, als je het maar weet. Ik had hun de achterhut gealloceerd maar dat vond Abbie toch wel krapjes met z’n tweeën dus sliep hij maar op de bank. Na een eerste nare nacht ivm z’n zere schouder is hij andersom gaan liggen en toen was het prima. Met z’n drieën zijn we de dag nadat Brigitte arriveerde bij Brassboer gaan eten; het restaurant opgericht door de overleden Jonnie Boer. Het eten was geweldig, de bediening charmant maar op trainee niveau (eentje had het over het “brouwen” van wijn!) Wel veel wijn bij het eten dus daarna werd de rest van de dag alwéér rustig aan gedaan: beetje zwemmen en snorkelen vanaf de boot. Dat is wel het leuke van Bonaire dat je dat meteen vanaf de boot kan doen. Helaas zat er wel veel minder vis dan zes jaar geleden.

Wijn en spijs bij Brassboer

Omdat Brigitte bang was zeeziek te worden had ik met Abbie bedacht dat we ’s morgens vroeg weg zouden gaan richting Aruba. Ik wilde daar wat langer zijn voor onderhoud; de antifouling moet bijgewerkt worden en dat kan mooi op de Varadero Aruba waar de Merrimac de eerste Corona periode heeft gestaan. Maar het was 12 a 13 uur varen, en de daglicht periode is ook maar zo lang. Dus op maandag ben ik om zeven uur ’s avonds naar bed gegaan en om middernacht voer ik weg. Abbie meteen weer naar bed gestuurd, want hij moest slapen om mij later te kunnen overnemen. Om 5 uur waren we onder Curaçao en konden we gijpen. Dat geeft geluid van ratelende lieren dus werd het bezoek vanzelf wakker. Brigitte bleef aangelijnd in de kuip zitten en Abbie nam de wacht over. Omdat dit een stuk drukker en ingewikkelder gebied is dan de open oceaan bleef ik “rustend” in het dekhuis liggen, half in slaap. Ideaal want dan kan je voor een paar seconden even meekijken met kruisende tankers en cruise schepen.

Rond één uur ’s middags waren we in prachtig weer onder Aruba doorgevaren en zonder zeeziekte gearriveerd. Het was weer heerlijk voor de wind zeilen met de fok te loevert. Zie het filmpje. Vlot en zeer vriendelijk ingeklaard. Wel bijzonder dat net als op Bonaire de douane wél wat kan met de data die ik elektronisch instuur via Sailclear, maar de marechaussee niet. Die vraagt gewoon om alle data opnieuw. Gelukkig mag je het wel op een PC in het kantoortje (met airco) invullen. We werden met aanleggen en wegvaren vriendelijk geholpen door twee venezolaanse zeelieden die stonden te wachten tot hun schip met venezolaanse groente en fruit gelost was. Helaas geen foto’s van gemaakt, was heel interessant om te zien hoe uit het zicht van de toeristen er stapels prachtig vers spul het land binnenkomt.

Op de ankerplaats tussen Oranjestad en het vliegveld, Paardenbaai, lag Stefan op de Intrepid Bear in de hangmat te slapen. Ik dacht hem te verrassen maar hij wist via Uli al dat ik kwam. Daarna happy hour op de wal waar Ingolf en Enrita al op ons zaten te wachten. Ook die dacht ik te kunnen verrassen maar ook zij wisten al van de komst van de Merrimac. Ingolf had ons zelfs bij de incheck procedure al gespot, want zijn betonfabriek zit daar ook. Het was weer als vanouds, heel gezellig en afgerond met een lekker etentje bij de Westdeck.

De volgende dag werd de laatste dat Abbie en Brigitte aan boord doorbrachten, als landrotten lokte een appartementje op de vaste wal toch net iets te veel. Om er het meeste van te maken had ik bedacht ze dan het toeristengebied aan de west kant van het eiland te laten zien; prachtige zandstranden en lage hotels voor de Europeanen en wilde watersporten zoals jetskis, paragliden en “high rise” hotels voor de Amerikanen met daar omheen openbare strandjes. Leuk om weer te zien, maar toch maar terug naar de Paardenbaai waar de barretjes weliswaar ook toeristisch zijn maar niet zo doorgeschoten. In anderhalf uur langs gemotord en onder fok in 30 minuten weer terug.

Gisteren heb ik eerst gewerkt, lekker rustig alleen aan boord, en vervolgens Stefan opgehaald en samen zijn we even gaan bijpraten bij de Varadero, benzine gehaald voor het bijbootje en nog even naar een ander bijbootje voor Stefan/mijzelf gekeken (was niks.) Vervolgens ’s avonds naar de kant, waar Stefan’s werkelijk schattige vijf maanden oude hondje Dolly meteen aanspraak had op een lokale hond. Bleek van twee locals, waar we aanschoven en gezellig gepraat hebben. Toen zij weggingen kwam er nog een echtpaar van een andere Duitse catamaran bij, dus het werd weer gezellig. Wel valt op dat de Duitsers allemaal negatief zijn over de situatie in Duitsland, nog veel meer dan Nederlanders over Nederland. En als je dan de voorbeelden hoort dan hebben we het in Nederland zo slecht nog niet.

Merrimac voor anker in de Paardenbaai

Morgen hopelijk (want Brigitte meldt dat ze misselijk is) brunch bij een fijn restaurant op zo’n luxe strand. Dinsdag vliegen ze weer naar huis. De volgende bemanning is besteld voor eind deze maand en volgende week gaat de boot er uit voor de anti fouling. Tot de volgende keer!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.