Suriname, je was weer betoverend
Terwijl ik dit type ben ik al weer het land uit, nu onderweg naar Grenada, samen met Arnold. Maar ik heb 23 dagen geen tijd gevonden om alle belevenissen vast te leggen. Er is veel gebeurd!

Toen we aankwamen hadden we een koninklijke ontvangst want het tij stond precies goed, we hadden tot Domburg stroom mee en wind genoeg om te zeilen tot voorbij de “Bosjebrug”. Dat is de enorme brug gebouwd door president Wijdenbosch in de hoop dat dit zijn herverkiezing zou bevorderen. Helaas voor hem trapte de bevolking daar niet in.
De nieuwe eigenaar van restaurant en mooring “River Breeze”, Erik, stond al op de steiger toen we aankwamen. Dezelfde middag lekker zwemmen in het behoorlijke groene maar toch frisse water van het zwembad en meteen proberen een kungletocht te organiseren voordat Mark weer naar huis moest. Uiteindelijk is dat gelukt, de familie de Man en Mark zijn per vliegtuigje naar de verste bewoonde plek aan de Boven Suriname rivier gevlogen en daar een aantal dagen doorgebracht. Ik bleef op de boot als oppas en klusjesman.

Het was in het begin vreemd rustig qua zeilboten, er lag alleen een schip van een Nederlander die er al jaren ligt. Maar Gerben en Louis van der Veen natuurlijk weer gezien, Gerben runt het visserij bedrijf dat zijn vader en nog drie broers gestart zijn. Zijn oom Ype, een van die broers, is onze buurman in Harlingen. Louis woont in Harlingen maar gaat elk jaareinde naar Suriname — ik zie hem vaker daar dan in Harlingen! Later zijn Marion en ik nog op de “Vier Gebroeders”, hun tot luxe motorboot omgebouwde viskotter, op hun kerstfeest geweest en daar bijgepraat.
Nadat ik Mark op het vliegtuig naar huis heb gezet zijn we nog wat dingen gaan bekijken en verder geklust aan de vermaledijde leiding tussen de elektrische WC en de zwartwater tank. Kommer Jan, als smalste van de drie heren aan boord, kon het beste op z’n kop onder een bank aan de leiding prutsen. We hebben in totaal nog wel twee dagen besteed aan mechanisch verwijderen van de urinesteen die zich in 15 jaar had opgebouwd.
de volgende zondag kon ik de grote Toyota Alphard bus ophalen waarin we met z’n zevenen konden zitten en daarna de sleutel halen van huis dat Marion gehuurd had en daarna voor de tweede keer naar het vliegveld om Marion, Arnold en Ella op te halen.
Het huis was een prachtige bungalow met drie slaapkamers (met airconditioning) en een grote veranda, woonkamer en keuken, en een heerlijk zwembadje. Helemaal prima en zo’n twintig minuten van de boot.

Tanneke ontpopte zich ondertussen als een ware reisleidster, we hebben de volgende excursies gedaan:
- Brokopondo dam met aansluitend lunch op resort Afobaka en daarna onszelf rondgeleid over Jodensavanne, de eerste plek in Zuid Amerika waar Joden hun religie en andere vrijheden zoals het houden van slaven konden uitvoeren.
- Fort Zeelandia (met exposities over de geschiedenis van Suriname) waar ook de Decembermoorden plaats vonden en daarna lunch en rondwandelen door Paramaribo.
- Fort Amsterdam, ook weer vol geschiedenis. Beide must-see maar Zeelandia is handiger gelegen.
- Per 4×4 personenbus naar Brownsberg, waar we een uur gemarteld zijn door over een zand en modder “weg” door het oerwoud naar de top vervoerd te worden. Daar hebben we gewandeld (de meesten naar een waterval) en ook van het uitzicht over de wijde omgeving genoten.
- Lunch bij Peperpot, een voormalige plantage, en daarna hebben fam. de Man en Ella een vier uur durende wandeling door het oerwoud gemaakt. De drie overige leden van de fam. Verruijt waren volgens de gids onvoldoende gekleed (geen lange broek en lange mouwen). Erik zei later dat dit onzin was maar wij vonden 4 uur ook wel aan de lange kant.
- Fam. de Man is nog naar Frederiksdorp en Bakkie geweest, Marion en ik hadden dat al gezien en zijn lekker thuis gebleven. Arnold en Ella zouden een tour maken op een quad maar helaas werd Arnold ziekjes.
- De grote klapper (letterlijk) was een bezoek aan “Owru Yari”. Dat is het grootste feest in Suriname, je kan het het beste vergelijken met Koningsdag in Nederland, maar dan alleen in Paramaribo. Wij zijn daar (tip van zes jaar geleden) met een gehuurde korjaal/taxiboot naar toe gevaren, met alle andere zeilers en zelfs een paar Duitsers van een bezoekend Tall Ship. Vlak voor twaalf uur ’s middags is er nog niet veel aan de hand, maar om twaalf uur precies barst het los met mega veel muziek optredens maar vooral pagara’s. Dat zijn de grote rollen met knalvuurwerk dat in Nederland door de chinezen wordt afgestoken. De filmpjes zeggen genoeg denk ik.
Ondertussen had ik contact gehouden met Wim Korte die met zijn Pelagia een maand later uit Lissabon was vertrokken. Hij was met vaste bemanning Jantien en Norbert (die ik twee jaar geleden op de Azoren had leren kennen) op de 17e uit Mindelo vertrokken, en hij kwam midden in de nacht van 30 op 31 aan. Net op tijd om nog mee te varen naar het Owru Yari festival. Ze werden zo bliksemsnel de Surinaamse ketel ingegooid!
Verder is de lekkage gevonden die we ook nog hadden. Het bleek dat er een leiding lekte in de WC, en daar kwamen we achter doordat deze gedemonteerd was om de leiding te kunnen spoelen met citroenzuur. Verder is er een nieuwe kaartplotter gemonteerd die Mark had laten opsturen en die Marion had meegenomen. We zijn dus weer helemaal bij de tijd en hopelijk voor het eerst sinds jaren lekvrij.
En dan was het tijd om weer te gaan. Kommer Jan en Sietse zouden op 1 januari, Arnold en Ella op de 2e en Marion op de 5e naar huis vliegen. Tanneke zou mee varen naar Bonaire. Helaas liep het anders, op de 1e hoorde Tanneke dat haar vader in het ziekenhuis lag. Uiteindelijk is Tanneke met haar mannen naar huis gevlogen (3e keer naar het vliegveld) en vaart Arnold dus mee. Vanwege matig weer was Ella’s toestel te laat in Suriname, en moesten we haar weer mee nemen omdat het pas 9 uur later weer terugvloog (4e en 5e keer naar het vliegveld, ik ken de weg nu wel zo’n beetje.) Gelukkig viel het met Tanneke’s vader mee, hij mocht de volgende dag al weer naar huis. Hierdoor is het vertrek wel wat raar verlopen met veel hectiek en vergeten zaken.

Na een paar drukke weken met veel Parbo Djogos (liter flessen bier om te delen), heerlijk eten (saté, roti, etc) en familie en bemanning en vrienden (Pelagia) en contacten met andere zeilers (Mana, Just Fantasy, Oceanix) ben ik nu samen met Arnold op zee, en dat is én lekker rustig én weer even wennen na zo lang stil liggen. De koers is op zich prima, TWA 100 / TWS 14 nu en we moeten nog zo’n 500 mijl. Voor wie dat niets zegt: halve wind, lekker zeilend en het duurt nog 2,5 dag.
Dank voor jouw boeiende verslag Kees. Mooi om op deze manier jullie avontuur mee te beleven, al is het op de bank in Harlingen.
Hoor je in Suriname iets over de toestand in Venezuela?
Ervaar je onveiligheid?
Ik wens jullie een behouden vaart.
Hartelijke groet vanuit een besneeuwd havenstadje,
Hugo
Goede vaart Kees.
Groeten,
Piet en Ester
I hope you and Arnold have a safe and easy trip to Grenada, I am gutted to not be onboard with you!
Suriname
Suriname,
land waar de ochtendzon
elke dag opnieuw belooft
dat samenleven mogelijk is.
Zoveel gezichten,
zoveel talen in één adem,
culturen die elkaar niet verdringen
maar naast elkaar lopen,
soms hand in hand,
soms met littekens die nog spreken.
Een land van immense rijkdom,
groen dat geen einde kent,
water dat zwijgend stroomt—
maar niet iedereen mag drinken
uit die overvloed.
Ik zat aan de rivier
en hoorde de stilte.
Niet leeg,
maar vol:
vogels, aapjes, kikkers,
grote spinnen die zonder schaamte bestaan.
Hier is de natuur de baas,
en wij slechts gasten.
In het binnenland
zag ik vrouwen met kracht in hun rug,
power in hun blik,
respect voor wat leeft
en wat hen draagt.
Lieve mensen overal—
trots vertelden ze over hun land,
hun cultuur,
hun geschiedenis.
En die geschiedenis
werd steeds scherper:
het onrecht,
het geweld,
wat wij, als blanken,
hebben aangedaan.
Dat besef bleef hangen,
stil maar zwaar.
Ik genoot.
Van de zon die ik leerde verdragen,
tot zij werd doorbroken
door een plotselinge stortbui.
Van het eten:
nasi, bami,
soep die troostte,
en dat zoete afscheid op mijn bord—
dokun,
als een appeltaart met herinnering.
Oudjaar,
gevierd alsof tijd even niet bestond.
Wat een weken—
wat een land.
En nu laat ik een traantje,
omdat ik vertrek.
Misschien kom ik ooit terug.
Het is opeens voorbij.
Ik had graag nog meegezeild
naar die blauwe zee.
Maar soms
is teruggaan
ook kiezen.
Naar huis.
Naar familie
die mij nodig heeft,
en die ik—
dat weet ik zeker—
ook gemist heb.
Suriname,
je reist met me mee.
Dankjewel Kees voor deze geweldige reis
Mooi Tanneke, en wat fijn dat het beter gaat met je vader!
Wat een geweldig reisverslag over Suriname heb je gemaakt Kees. Alsof we er een beetje zijn geweest.
En Tanneke heeft een groot talent om mooie gedichten te schrijven, we genieten ervan!
En nu óp naar Bonaire, weer nieuwe avonturen!
Wij genieten hier van heerlijk wintersportweer.
Veel liefs van Tante en Ome Dick